Collages en tekeningen

Als de hemel ons opvouwt
en ons ergens tot een propje geworden
uitspuugt en achterlaat
zal daar het uiteinde van alles wel zijn.

Ingepalmd
Ik heb jou nooit in hoeven palmen
dat deed je zelf (je palmde jezelf in)
of palmde jij mij in?
Om wiens palm gaat het nu eigenlijk?

Laten we een boot bouwen
en elke dag op het water zijn.
Slapen kun je overal
waar het overdekt is
en het buiten vriest.

Uitzicht
rooklicht
zon achter lamp
lamp achter land

De koeien nemen slokjes zon
en likken aan de toppen van de bomen.
Nu is de witte gans, voorheen de stip
een standbeeld geworden
alleen in de weerspiegeling
ribbelen zijn veren.

De bobbeltjes op het water piepen als mijn neus
wanneer ‘ie fluit bij het uitademen
en kwaken eenzelfde frequentie als mijn maag
wanneer ‘ie kreunt.

De punt van de pijl is het achterste van een hartje
waarvan de bovenkant de vleugelslag van een vogel is:
een ribbeling, een windvlaag, de stroming.
Op het water drijvend, vleugels tegen zich aan
zijn ze de punt en wijzen ze een weg.

Achtergelaten of aangespoeld aan wal
Een stukje dop van een walnoot stikt onder een steen
duwt tegen het gras, regent niet nat. 
Als de blaadjes vouwen, krommen en verkrimpen
drijven en daarna zinken
weet ik niet of het nog goed komt. 
Ik weet niet wat er blijft. 
Piepschuim op het land 
aangespoeld met takken langs de kant. 
Spinnendraden overspannen het veld
verbinden stenen 
testen de kracht van het gras
worden zichtbaar in het zonlicht met de wind. 
Schittering van haar is als de draden
maar haren zijn zonder wind ook zichtbaar 
en dan geen spinnendraden. 
Tegen de schemer worden de hoge bomen geluidsgolven
hoge tonen of een luide stem
op het windstille water. 

In de verte lopen mensen op een brug
waarvan alleen de reling zichtbaar is.
De rug die altijd bukt vormt een uiteinde van het land.
Er staan zes mensen, die in de verte het hoogste punt
van klein naar groot, in gekleurde jassen zijn.
Ik denk aan de afkorting: ROGGBIV. 
Er mist een G.