We lijden samen aan oase

Het zijn de wissels, de wissels gaan te snel.
De overgangen komen uit het niets
en een nieuwe locatie is al gepasseerd
nog voor er overgestoken kan worden.

Hij droeg een kabeltrui met eenzelfde patroon 
als de coniferenstruik en de breuk in de weg een stukje terug.
De bliksem vannacht wilde wortel schieten
en warm onder de grond zijn armen spreiden.
Hij stond in brand, was een houtkachel zonder hout
om in de fik te steken
en maakte daarom maar zichzelf van kant.
Met de plasticzak waarmee hij op visite kwam
gingen we naar het strand.
In de zak eindigden onze kleren nat en vol met zand.
Hij had voorzien dat dit zou gebeuren
deed niets, bracht slechts het stuk plastic mee.
De auto’s dreven voorbij langs de ondiepe stoepranden
een deuropening werd een eend zonder snavel
de verstopte put een broedplaats voor zwerfafval.

En flits een onvoorziene scène overgang
geen donkerbeeld of wit.
Ik zocht hem verloor mijn sjaal
vond haar later uitgespreid terug
op de stoep naast een borstel in de goot.
De plek waar het universum verloren spullen samenbracht. 
Hij lag er niet bij.

Uit onze kleren verdwenen eilanden.
Zand dat samen hoopte.  
De inhoud van de tas werd de drager van de jas uit het verleden.

Krioelend weefsel
wimper materiaal
takjes afgewaaide boom inhoud
vergrijst gras
klodders gras van oliedikte drijf baar bij elkaar
de kameel met
zijn hangende hopen waarop pluimpjes
tweedelige verschuiving
bewegingen die per ongeluk lijken
het landschap is een ongeluk
alles is een ongeluk
waarin men het geluk zoekt
aardverschuiving per ongeluk
ik per ongeluk
jij per ongeluk
wij
geluk?
Passen wij tussen donker en licht?
erfelijkheid kon het ook anders?
erfelijkheid waar begon die?
erfelijkheid kon het anders
erfelijkheid het gaat beginnen
erfelijkheid het gaat beginnen
Er is een oorsprong?